In mijn eigen tijd

Er is de laatste tijd vrij veel veranderd. Zo heb ik mijn laatste essays achter de rug, ben ik dus ook bijna klaar met mijn master en ben ik begonnen aan mijn stage. Over het algemeen ga ik vrij slecht om met verandering, maar ik denk dat ik deze keer wel mijn mannetje weet te staan. Waarom? Mijn tijd is van mij.

Ik sprak laatst een medestudent over het feit dat we in de overgang van studeren naar fulltime werken zitten — als de economie het toelaat — en hij zei iets heel belangrijks waar ik nooit over nagedacht had: op het moment dat je naar huis gaat is je tijd van jou. En hij had helemaal gelijk. Ik zit nu al bijna 18 jaar op school en de enige waarde die ik heb weten te hechten aan de manier waarop ik mijn vrije tijd besteed komt voort uit de cijfers die ze me opbrengen. “Vrije tijd” als je nog gewoon een opleiding volgt is nooit tijd voor jezelf. Het is tijd waarin je bezig bent jezelf verder te ontplooien binnen het gebied waarin je je verdiept — maar dan buiten de vier muren die jou daar de basis voor bieden.

Ik ben de afgelopen jaren vaak genoeg aan mijn bureau in slaap gevallen omdat ik probeerde mijn daadwerkelijke vrije tijd niet ten koste te laten gaan van mijn geïnstitutionaliseerde “vrije tijd”. Dit wil niet zeggen dat ik er spijt van heb. Integendeel: ik doe het hartstikke goed en heb op mijn jonge leeftijd al vrij veel bereikt. Dit betekent echter wel dat op het moment dat je een student bent jouw tijd ingenomen wordt door activiteiten waarbij je telkens je hersenen moet gebruiken op de manier waarop anderen jou dat aanleren (op je onderwijsinstelling praat en denk je immers anders dan als je gewoon bij vrienden op de bank zit).
Nu is mijn tijd van mij. Ik sta ‘s ochtends vroeg op, ga naar mijn stage, kom ‘s avonds thuis, en staar dan de kamer rond tot ik iets vind om te doen. En dat is af en toe vrij lastig. Zoals ik al zei zorgen cijfers ervoor dat ik weet hoe waardevol ik mijn vrije tijd invul. Wat gebeurt er dan op het moment dat je niet constant een officiële beoordeling van je prestaties krijgt? Feedback krijg je je hele leven lang en een negen tot vijf mentaliteit krijg je naarmate je ouder wordt aangeleerd, maar niemand vertelt je hoe je waarde moet hechten aan de keuzes die je maakt zodra je geen rekening meer hoeft te houden met een systeem waar je bijna twintig jaar in gezeten heb.
Ik kan me eerlijk gezegd niet eens meer herinneren wat ik allemaal leuk vind, of waarom. Hoe pak ik een pen op en begin ik met schrijven? Hoe krijg ik de drang een prachtige foto te reproduceren met mijn tekenpotloden? Hoe besluit ik mijn koptelefoon te pakken en naar mijn bui een muziekje uit te kiezen? Het lijkt allemaal heel vanzelfsprekend. Maar ik denk dat ik  aangeleerd heb gekregen me schuldig of ongehoorzaam te voelen op het moment dat ik iets voor mezelf doe. Films en televisie keek ik alleen terwijl ik één oog op de klok gericht hield zodat ik genoeg tijd over had om mijn huiswerk af te maken. Muziek luisterde ik alleen om de omgeving te kunnen vergeten en me te kunnen concentreren op mijn werk — als je me nu zou vragen hoe mijn favoriete lied heet zou ik je ook alleen de naam van de artiest kunnen vertellen. En tekenen deed ik alleen als ik me genoeg had voorbereid en het me dus even kon veroorloven mijn aandacht te laten verslappen tijdens college.
Elke vrijetijdsbesteding is langzamerhand uitgegroeid tot een “onder voorwaarde” voor mij. Ik heb al vaker gezegd en geschreven dat ik niet meer weet wat het is waar ik van hou. En ik heb me nooit gerealiseerd hoe dat kwam, ook al dacht ik steeds dat dat wel zo was (om eerlijk te zijn… weet ik het nu wel echt?). Ik denk dat ik langzamerhand zo opgegaan ben in het “later” dat ik in het “heden” probeerde te realiseren, dat ik vergat mezelf te ontwikkelen. Ik vergat aan mezelf te vragen wat ik leuk vond en waarom, en ik vergat tijd vrij te maken voor die dingen op momenten dat ik echt eventjes de vrijheid had om te doen wat ik wou.
Talloze kopjes koffie met vrienden in cafeetjes waren zeker geen tijdverspilling en ik ben ze dankbaar voor elke lach, knuffel en zoen. Maar ik begin me langzamerhand af te vragen of ik op dat moment niet iets anders had willen doen, iets voor mezelf. Het klinkt misschien een beetje egoïstisch, maar ik had vaker echt tijd voor mezelf moeten nemen in plaats van mijn vrije tijd te vullen met anderen. Het was prima geweest om af en toe nee te zeggen en een dagje alleen door te brengen met een boek en een thermoskan. Maar waarom deed ik dat dan niet? Misschien was ik wel bang.

Ja, alweer.

Als je tijd zo lang van anderen is, ga je telkens anderen opzoeken. Het kan de onderwijsinstelling zijn, het kan je familie zijn, het kan je vriendengroepje zijn. Door je constant met mensen te omringen krijg je die feedback waarop je geleerd hebt te functioneren: school zegt dat je goed doet, je familie zegt dat je het goed doet en je vrienden laten zien dat ze ook aan je denken als ze het even druk hebben. En dat heb je ook nodig. Het is fijn om te weten dat je het goed doet, dat er mensen zijn die van je houden, dat je vrienden hebt waar je van op aan kunt.

Maar soms moet je ook weten of je het in je eentje kunt redden. En daar ben ik gewoon nog niet zeker van.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.