In mijn hoofd

Ik zit de laatste tijd weer veel in mijn hoofd… Dat kan nooit goed zijn


Ik ben nou al een week aan het nadenken over wat ik je wil vertellen. Of ik je iets vrolijks wil vertellen of iets verdrietigs, of ik je wil meenemen in mijn hoofd of in mijn hart. Maar ik weet het niet. Misschien wil ik het ook niet weten. Want misschien wil ik je het verhaal vertellen van een meisje dat beladen werd met liefde, blikken en bloemen en over een meisje dat dat in één klap kwijt was.

Ja, dat verhaal. Het begon heel mooi, met gestolen zoenen in parken en onder oranjeroze zomerhemels. En het eindigde eigenlijk op precies dezelfde manier. Met hoop, liefde en totale vergetelheid. Grappig hoe je het ene moment nog voorzichtig omlaag klimt en het andere moment teruggeschoten wordt, terug je ivoren toren in. Dat is namelijk waar je al die tijd mee bezig bent: het bouwen van een constructie die sterk genoeg is om alles buiten te houden wat niet gewenst is – en meer. Vooral het “en meer”, dat doet het hem. Want hoe weet je in godsnaam waar je de lijn moet trekken? Hoe weet je wanneer “ik vind je aardig” overgaat in “ik hou van jou” en uiteindelijk resulteert in “ik ga nooit meer weg”? De onmogelijkheid dit te weten creëerde ouders die uit alle macht proberen hun zonen en dochters binnenshuis en ongeschonden te houden. Die zonen en dochters zijn op hun beurt weer uitgegroeid tot timide jongeren die met alle plezier fouten maken maar vervolgens piekerend in bed liggen als de roes voorbij is.

En natuurlijk geldt dit niet voor iedereen, er zijn dapperen onder ons die de wereld meedogenloos aan zich onderwerpen. Maar de rest, dat deel dat meer tijd doorgebracht heeft in fictieve werelden dan in de realiteit, die zijn nu de weg kwijt. Het heeft ook wel nut gehad, al dat lezen en gamen en wegdromen; het heeft jongvolwassenen gemaakt die creatief om kunnen gaan met hun problemen en de economie weer op zijn benen helpen. Aan de andere kant zijn er nu ook talloze perfect ingerichte ivoren torens die simpelweg dienen voor het buitenhouden van een realiteit die zo onvoorspelbaar is dat elke poging tot het beredeneren van een uitkomst “daarbuiten” ervoor zorgt dat we de sleutels weer opbergen en met een glimlach tegen onze deuren aan leunen. Altijd aan de binnenkant.

En dat meisje. Dat is er eigenlijk nooit overheen gekomen. Hoe kon dat ook? Alles wat begint moet ook een einde hebben, zelfs de Gekke Hoedenmaker heeft die wijsheid onthouden en over kunnen dragen op kinderen die gretig alle fictie tot zich namen die ze konden bemachtigen. Ik denk dat mensen het belang van afsluiting overschatten. Iedere cultuur kent wel bepaalde gebruiken rondom de uitvaart van een geliefde, gebruiken die ervoor moeten zorgen dat de overgang van aanwezigheid naar afwezigheid makkelijker te dragen is voor de nabestaanden. “Het bloedt wel dood” klopt dus ook van geen kanten. Natuurlijk bloedt het niet dood. Het bloedt, dat klopt, en zolang er niets is om het bloeden te stelpen gaat dat gewoon door. Maar er moet iets in beweging gezet worden om te zorgen dat het stolt, dat het zich gaat herstellen, dat de huid terugkeert naar een vorige staat zonder iets aan de verwonding over te houden.

Het meisje werd verliefd. Kwam terecht in de wolken. Werd op handen gedragen. En toen keihard laten vallen – tot haar eigen verbazing. Je kunt het wijten aan de leeftijd, aan de tijd zelf, of het feit dat het gewoon niet kon. Uiteindelijk weet niemand wat er gebeurd is. Uiteindelijk is er altijd wel iemand die niet weet wat er is gebeurd en wat er mis is gegaan. Maar er is ook altijd iemand die het wel weet. Dat moet wel. Dat denk ik. Dat hoop ik. Want als die er niet is, is de enige verklaring dat het allemaal nooit had mogen gebeuren omdat gevoelens en handelingen gebaseerd waren op een fictieve wereld die de realiteit in heeft weten te sijpelen.
En het blijft jammer. En je mag er best om huilen. En je mag het best allemaal missen. Je mag ook best boos zijn – maar niet te lang. Want als iemand me zou vragen of hij een fout was geweest zou ik nooit ja zeggen.

Hij was niet fout, hij was gewoon niet goed genoeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.