Kerstbrief

Ik word altijd depressief van de maand december. Iedereen heeft het erover hoe je juist nu dankbaar moet zijn voor alles wat je hebt en dat je moet genieten van het knusse winterweer, maar ik zie dat allemaal niet. Als ik met mijn familie aan tafel zit met kerst lach en praat ik gezellig mee, maar met een gevoel van verdriet kijk ik al die gezichtjes in. Omdat ik zou willen dat ik ze vaker zag, of dat het leven wat makkelijker voor ze was, of dat we bepaalde dingen niet tegen elkaar gezegd hadden.

De feestdagen herinneren mij er altijd aan hoe ongevoelig we af en toe met elkaar omgaan en hoe groot het gebrek aan ambitie aan het einde van het jaar blijkt. Met kerst ben je blij met alles wat je hebt en wat je bereikt hebt en met oud en nieuw maak je naïef meer plannetjes en schrijf je meer doelen op het servetje dat je snel even in je zak propt voor je naar al het vuurwerk gaat kijken, terwijl je haast elk jaar moet erkennen dat je bar weinig doet met al die beloftes aan jezelf. Beloftes aan anderen gaan je prima af – af en toe schiet je eens uit je slof of pak je de dingen niet zo handig aan – maar de dingen voor jezelf, die verdwijnen het snelst. Al is het de belofte naar de sportschool te gaan, gezonder te leven, beter te zijn voor je eigen lijf, om de een of andere reden is het het gewoon niet waard, blijkbaar.

Met de feestdagen zie ik altijd hoe mijn moeder haar gezondheid eigenlijk niet vooruit is gegaan in het afgelopen jaar en hoe het mij weer gelukt is zo ongeveer het hele jaar aan me voorbij te laten gaan. Dit wil echter niet zeggen dat ik de goede dingen niet zie. Er is veel om dankbaar voor te zijn en veel van de tranen die ik snel wegveeg aan de kersttafel zijn tranen van geluk. Tranen omdat we ook dit jaar in ieder geval weer allemaal om dezelfde tafel zitten, tranen omdat dit de tweede kerst is waarbij ik iemand heb die ik nooit meer zal kunnen missen. Tranen omdat mama vol trots kijkt hoe iedereen van het eten geniet dat ze gemaakt heeft, de decoratie bewonderd die ze speciaal voor deze gelegenheid aangeschaft heeft. En tranen omdat we de feestdagen nodig hebben om onszelf mooi aan te kleden, elkaar iets kleins te geven, en elkaar dankbaar in de ogen te kijken.

Ik ben vrij pessimistisch. Altijd al geweest eigenlijk, ook al ben ik meestal zo vrolijk en aanwezig dat het nauwelijks opvalt. Ik denk dat het komt doordat bijna elke keer dat er iets goeds gebeurd voor iemand, iemand anders iets kwijtraakt en daar ben ik me bijna altijd van bewust. Ik weet dat het feit dat mijn broer en zusje een vader hebben die altijd voor ze klaar staat ook betekende dat ik niet hetzelfde kon hebben. Ik weet dat het feit dat ik aangenomen ben iemand anders een teleurstelling bezorgd heeft. Ik weet dat het feit dat ik kan doorzeuren over hoe moeilijk ik het nu heb op de universiteit ten koste gegaan is van een groot deel van mijn moeder haar leven. Ik weet dit allemaal, en ik weet ook dat ik het niet zo somber moet inzien, maar elke keer als ik een bekende in de ogen kijk in december, kan ik alleen zien waar we het met z’n allen wat beter hadden kunnen doen. En we hadden het allemaal veel beter kunnen doen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.