Met opgeheven hoofd/in de wolken

Ik heb altijd met opgeheven hoofd gelopen. Starend naar de gebouwen, vogels en bomen begaf ik mij dan naar mijn bestemming. Naarmate je ouder wordt vergeet je echter naar boven te kijken en richt je je steeds meer op alles wat je voor je ziet en alles wat je voor de voeten loopt. Ik heb het me nooit gerealiseerd, maar ik denk dat me richten op het alledaagse daar boven ervoor gezorgd heeft dat ik veel gevoeliger ben voor wat ik waarneem als ik gewoon recht vooruit kijk.

Als je telkens omhoog kijkt kies je er namelijk niet alleen voor al het moois te zien dat zich boven je algemene blikveld bevindt, maar het is ook een manier om je los te maken van de wereld waarin je je bevindt en even helemaal op te gaan in wat de wereld had kunnen zijn. Zonnewijzers en duiven kunnen net zo goed een toekomstbeeld oproepen als de grijze straten waar je doorheen loopt – je construeert het immers toch allemaal in je hoofd –, het verschil zit echter in de perceptie van tijd. Wanneer je telkens vooruit kijkt heb je altijd nog de optie om achteruit te kijken, om de geschiedenis in te gaan en te zien waar je het allemaal beter had kunnen doen. Dan kun je zelfs zien waar je je voor altijd aan vast zult klampen.

Vooruit kijken is wat beangstigender, we kennen de straten waar we doorheen lopen immers bijna altijd. We zien bekende gezichten, winkels, weerspiegelingen, zelfs kleurencombinaties die ons elke dag half spottend tegemoet komen. Elke dag verandert er echter iets, ook al is het niet altijd merkbaar. Misschien heeft die ene dame met haar zwarte hakjes en rode lippenstift die altijd zo voorbij haast vandaag wel een ziek kind thuis liggen. Misschien heeft dat blondje jongetje dat altijd tegen iemand aan botst net te horen gekregen dat zijn oma overleden is. Misschien loopt die oude man die je elke dag ziet hier wel al jaren op hetzelfde tijdstip, op dezelfde dag, met precies dezelfde kleding aan omdat hij niet meer weet hoe hij thuis moet komen sinds zijn vrouw overleden is. Misschien is hij vandaag wel thuisgekomen.

Wat het ook is, het verandert zo nu en dan. En hoe erg je je best ook doet strak vooruit te blijven kijken, je hebt geen controle over de details die het totaalplaatje van je dag opmaken. Maar alles daarboven, dat is een heel ander verhaal. Gebouwen verweren, wolken zien er om de paar seconden totaal anders uit en de vogels hebben vast ook geen idee waar ze mee bezig zijn. Maar dat maakt helemaal niet uit zolang ze je niet voor de voeten lopen.

Ik begin een beetje bang te worden. Bang voor de toekomst, bang voor wat er gaat gebeuren als ik afgestudeerd ben. En juist nu de toekomst in mijn ogen bezaaid ligt met obstakels, kies ik er voor omhoog te kijken. Niet omdat ik niet durf vooruit te kijken – wat heel lang wel het geval was –, maar simpelweg omdat ik een groot deel van dat totaalplaatje al ken. Ik weet wie ik ben, ik weet waar ik ben, wie mijn vrienden zijn, wie ik kan vertrouwen en wie er altijd zal zijn als het even niet mocht lukken. De vrouw, het jongetje en de oude man doen in principe precies hetzelfde als ik: ze proberen een manier te vinden om om te gaan met een veranderende toekomst.

Altijd als ik aan later dacht, dacht ik aan nu. Aan deze leeftijd, deze lijst van overwinningen en deze lastige keuzes. Ik heb nooit verder gedacht. Dat maakt dat dit alles is wat ik heb en dat, totdat ik een nieuw “later” weet te verzinnen, ik vast zit in een heden waarvan ik geen idee heb hoe ik er precies gekomen ben of waar het me zal brengen. Aangezien dit is wat ik ken, kan ik echter met opgeheven hoofd door deze straten lopen. De routine die erin geslopen is zorgt ervoor dat ik me blind een weg kan banen naar mijn bestemming. Elke dag zal er een moment zijn waarop ik even vooruit moet kijken om ervoor te zorgen dat ik niet struikel, tegen mensen aan bots, of in een diepe plas stap. Voor de rest verandert er eigenlijk vrij weinig. En tegen de tijd dat er daarboven weinig meer te zien valt en ik weer naar voren besluit te kijken, is inderdaad alles veranderd. Want dat is wat er gebeurt: dingen veranderen. Ze veranderen echter niet zo snel dat je iedere dag een ander mijnenveld in gegooid wordt. En ik denk dat we dat af en toe vergeten.

Het zijn gewoon wat kuiltjes in de weg.

Denk ik.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.