Uitblinkers in identiteitscrisis

Op mijn tiende stippelde ik mijn leven uit: Ik zou van de basisschool naar een middelbare school gaan, een school die me wat meer zou voorbereiden op het leven. Daarna zou de universiteit komen, studeerde ik af en werd ik gelukkig.

Dat ik op mijn tiende nog niet door had dat het allemaal niet zo simpel was is logisch; Dat ik er nu pas achter kom dat dit nauwelijks een plan te noemen is, beschamend. Leren is alles wat ik ooit gedaan heb, wat ik kan, waar ik goed in ben. De vraag wat ik na mijn studie moet doen, is dus veel beangstigenderdan op het eerste gezicht zou lijken, niet in het minst omdat ik geen idee heb van de dingen waar ik toe in staat ben, maar ook – en voornamelijk – omdat leren het grootste deel van mijn identiteit uitmaakt. Ik bén de student.

Terugkijkend op mijn jeugd is leren echter niet iets waar ik door het onderwijssysteem in gegroeid ben. Op een gegeven moment kwam ik er namelijk achter dat men trots was op de prestaties die ik leverde en dat dat ervoor zorgde dat ik met andere (liefdevollere) ogen bekeken werd. Het halen van goede cijfers werd een vereiste om die blikken en die positie te behouden. Die grote bek mond waar ik mee geboren ben werd steeds vaker afgedaan als scherpzinnigheid en intelligentie en in plaats van vaak de schuld te krijgen van dingen waar ik niets mee te maken had, werd er over me opgeschept. Ik werd de maatstaf voor degenen om mij heen en ik was een optelsom van cijfergemiddelden en schouderklopjes van docenten. Ik dacht zelfs dat ik gelukkig was — tot een paar weken geleden.

De afgelopen zes maanden heb ik stage gelopen terwijl ik tegelijkertijd mijn masterscriptie probeerde af te maken. Krampachtig proberend eveneens een privéleven te onderhouden, veranderde ik in een schepsel dat weken achtereen met brandende ogen en bittere tranen achter een laptop zat. De rest van mijn lichaam besloot dat het genoeg was – zo ongeveer iedere week had ik wel iets anders. Oftewel: na achttien jaar besloot mijn lichaam dat het genoeg was en gaf mijn brein er de brui aan. Ik faalde.

Tegen deze tijd was studeren niet alleen een manier van leven geworden, het was het leven, mijn leven. Wat volgde waren meer tranen, een lichaam dat zichzelf een tijd lang slechts met veel moeite het bed uit wist te krijgen en de realisatie dat ik meer ben dan alleen een studente. Maar wat was of is dat “meer” precies?

We worden allemaal gevormd door onze omgeving. Die vorming schept hoop, verwachtingen en afkeuring – zowel voor als over je.

Jarenlang heb ik geleefd voor anderen. Ik heb geprobeerd mensen niet teleur te stellen in hun verwachtingen van en toekomstperspectieven voor mij. Toen mijn lichaam er mee ophield, moest ik echter niet alleen erkennen dat ik de neiging heb mezelf de afgrond in te werken, maar ook dat ik mezelf tekort doe. Ik heb vaak genoeg gezegd dat mijn leven van mij is, maar zodra er een ander leven doorheen komt, schuift het mijne naar de achtergrond. Alleen een optelsom wezen van je prestaties en de resultaten die je daarmee boekt, verandert al het externe in het leven, alle andere mensen, dieren en dingen in “problemen” die ik moet oplossen om voldoening te krijgen en ook een tien te halen in het leven.

Over welk leven heb je het echter, als het niets meer is dan een rapport dat je achtervolgt en iedere keuze je stuurt in de richting van onmiddellijke bevrediging en opbrengst? We doen allemaal ontzettend ons best om onze ouders trots te maken en tevreden te stellen. We veranderen in strebertjes, niet omdat we dat zijn maar omdat dat het minste gezeur met zich meebrengt. Uitblinken in de schoolbanken zorgt namelijk voor vrijstelling in andere facetten van het leven.Van uitgaan houden wordt vaker getolereerd omdat je het balanceert door dat cijfergemiddelde en onder familie-uitjes uit komen wordt een kwestie van “ik moet nog huiswerk maken”. Het was dan ook vrij makkelijk om dit jarenlang vol te houden, maar ik vraag me onderhand af of ik niet van alles gemist heb. Begrijp me niet verkeerd, ik heb nooit echt van uitgaan gehouden en “kattenkwaad” is nooit mijn ding geweest. Echt mezelf ben ik echter ook nooit geweest. Om eerlijk te zijn is dat niet zo omdat ik daar nooit de vrijheid voor gekregen heb, ik heb die gewoon nooit genomen. En ik denk dat ik niet de enige ben.

We laten veel meer dingen dan we zouden willen – gewoon om die afkeurende blikken en afgekapte beledigingen niet te hoeven aanhoren op het moment dat we helemaal onszelf zijn. Het moet echter ooit stoppen. Ooit moet er een moment zijn waarop je al het afgekeurde, waar je hart naar uitgaat, toch doet. Het zal enorm verwarrend en beangstigend zijn. Je zult je zorgen maken om degenen om je heen, maar je zult je ook realiseren dat zij jou uiteindelijk alleen maar gelukkig willen zien. Als dat betekent dat zij eerst fronsend de andere kant op moeten kijken, is dat maar zo. Het moet dus wel. En snel een beetje. Voor jou, voor mij. Voor dat leven waar je geen weet van hebt.

 

Voor tips, aanvullingen en ideeën kun je altijd een berichtje achterlaten.
Edivania

5 reacties op “Uitblinkers in identiteitscrisis”

  1. Een mooi verhaal waar ik mezelf in kan terug vinden. Het is voor mij bijna een jaar geleden dat ik hetzelfde break-down kreeg en dingen begon te realiseren. Jezelf druk maken om goede cijfers en trotste familie/vrienden, maar ondertussen niet weten wie je eigenlijk bent. Goed dat je er op tijd achter bent gekomen, je weet nu wat je te doen staat. De Vany vinden die zich schuilt achter alle boeken en know-it-all-better family and friends. Good luck with that.

    -xxx- Ashley

    • Hoi Ashley!
      Bedankt voor je reactie. Ik heb er lang over nagedacht voor ik dit publiceerde omdat ik bang was dat niemand anders dit had en dat het gewoon tussen mijn oren zat. Hiernaast was het schrijven heel confronterend, maar ook iets dat echt nodig was. Ik merk vaak dat je dingen hardop moet zeggen of op papier moet zien om je te realiseren waar je nou precies in terecht bent gekomen. Voor jou was dat moment een jaar geleden en ik ben blij dat je dat moment gehad hebt. Het helpt je zeker verder. Heel fijn — en heel lief vooral — dat je ook jouw ervaring hier deelt. Ik hoop dat het goed met je gaat en wens je veel succes.

      Liefs,

      Vany

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.