De een, de ander

Starend in die roodomrande ogen, weet ik het antwoord eigenlijk al.
“Je bent hier niet gewenst, maar mag nooit vertrekken”.
En daar leg ik me bij neer. Iemand moet het immers doen.
En dus keer ik telkens met frisse moed en een brede glimlach terug.
Een glimlach die, naarmate de tijd vordert, gereduceerd wordt tot een droevig, geforceerd lachje.
Maar dat hebben we voor elkaar over, omdat de liefde toch wel blijft.
Er moet echter iets veranderen. Het moet van twee kanten gaan komen.
Anders blijft de een hopeloos verliefd op een verre herinnering aan de ander.
En de ander blijft gebroken, met geforceerde glimlach, voor altijd gekerfd in de achtergrond van de een.

Geef een reactie