Niet te pruimen

Niet te pruimen - Kort verhaal - EdivaniaLopes.nl

Het was een mooie dienst geweest. Peter had opgebaard gelegen en hoewel elke herinnering aan hem van zijn eigen gezicht weggevaagd was, stond de dood hem goed. Ze hebben nou eenmaal die leeftijd, ze behoren tot die leeftijdscategorie waarin ieder onderonsje opgevolgd wordt door weer een afscheid. Tranen worden er onderhand ook niet meer gelaten. Ze zijn wellicht op, of het is gewoon genoeg geweest. Het is wel goed zo.

Zevenentachtig jaar is Benjamin. Hij is – niet geheel onverwachts – de jongste van vijf broers en tevens de enige die over is. Zijn vrienden “gaan bij bosjes”, zoals hij dat zelf heel toepasselijk meent te zeggen. Hij heeft ook eigenlijk helemaal geen vrienden over, alleen maar vage kennissen waar hij de rest van zijn dagen noodgedwongen mee zal doorbrengen. Als Ada er niet geweest was had hij ook nog eens niets gehad om naar te kijken. En ja, de gemiddelde twintiger ziet een pruim met een paarse pruik, maar Benjamin ziet zo veel meer. Misschien is dat wel omdat ze zich parallel tot pruimen ontpopt hebben; ze schelen immers maar twee jaar. Hoe Ada er uitgezien moet hebben toen ze jong was weet hij niet. Hij wil het ook eigenlijk niet weten, uit angst dat de twintiger in hem naar boven komt en hij helemaal niets meer heeft om in zijn korte leven naar uit te kijken.

Hij kiest ervoor de langste route naar huis te nemen. Zo kan hij immers zo vaak mogelijk oversteken en dus zo veel mogelijk automobilisten irriteren met zijn extra trage tred. Zodra het eerste stoplicht dat hij tegenkomt op groen springt is het tijd voor actie – nou ja, min of meer. Op zijn gemakje legt Benjamin de lange, klaarblijkelijk moeizame, weg naar de overkant af. Als hij halverwege het zebrapad is, springt het stoplicht op rood. Zijn mondhoeken krullen tevreden omhoog. Dan loopt er een dame langs. Ze zal niet veel ouder zijn dan dertig en vraagt of ze Benjamin misschien kan helpen. Met een trieste blik in zijn ogen knikt hij, waarna hij aarzelend zijn hand in de hare legt.

De enige reden dat de automobilisten al die tijd niet getoeterd hebben is omdat het hier om een bejaarde gaat. Mocht het zo zijn dat ze hun eigen opa niet in Benjamin terugzien, dan laten ze het toeteren wel omdat het een maatschappelijke schande is om de ouderen te haasten – dat hebben ze in hun jonge jaren namelijk al vaak genoeg moeten doen. Hoe dan ook, de ronkende motoren wachten niet geheel ongeduldig af tot Benjamin en zijn lieftallige assistente de overkant bereikt hebben. Eenmaal daar aangekomen bedankt Benjamin de jongedame voor haar hulp en schenkt haar zijn laatste glimlach.

“Vincent!”

 

 

(De afbeelding voor dit artikel is gemaakt met dit icoon van FlatIcon.)

Geef een reactie